“Mijn vader stal mijn jeugd, Het Huis gaf me die terug.”
Mijn vader was een echte wolf in schapenvacht. In de maatschappij droeg hij altijd een masker. Soms was hij de clown die alles voor elkaar had, hij kon huilen wanneer het hem goed uitkwam.
Wanneer we alleen waren leefden we in een Jeckyll and Hyde-verhaal: dan kon de zachtaardige versie plots switchen naar de agressieve versie die ook nog eens seksueel overschrijdend gedrag vertoonde.
Na zijn escapades dreigde hij ermee dat hij mijn dierbaren wat zou aandoen als ik mijn mond zou openen. Dus ik zweeg.
Ik ontwikkelde al snel een tactiek waarbij ik lachte zodat niemand mij – noch de situatie – in vraag stelde. Een pittige case voor Het Huis. Uiteindelijk slaagden Het Huis en onze advocaat erin dat ik mijn vader niet meer hoefde te zien. Pas toen kon ik mijn verwerkingsproces starten.
Toen ik twintig was werd ik opnieuw door elkaar geschud: mijn vader zocht weer contact, met de boodschap dat hij huidkanker had en terminaal was.
Mijn eerste reactie was opluchting. “Oef, daar ben ik vanaf. Die hoef ik dan ook nooit meer te zien.”
Uiteraard had ik – na al wat hij ons had aangedaan – nog veel pijn. En vergeven zal ik het hem nooit.
Het was mijn oma die me de wijze raad gaf om dit hoofdstuk in mijn leven af te sluiten door een laatste confrontatie met hem aan te gaan.
Zo kon ik hem nog zeggen wat hij bij me had aangericht, zodat ik niet mijn hele leven met onbeantwoorde vragen en wrok bleef zitten.
De dag dat ik hem terugzag in het ziekenhuis herinner ik me nog goed. We hadden een gesprek in de tuin. Deze stap zette ik niet voor hem, wel voor mezelf.
Eindelijk kon ik de dingen die me zó hadden beschadigd benoemen. Ik kreeg ook de kans om hem te vragen waarom hij me dit had aangedaan.
Hij kreeg op dat moment ook de kans om zich te verontschuldigen.
Dit moment heeft me heel erg geholpen in het loslaten van mijn verleden. Het hoofdstuk “mijn vader” was geschreven en ik kon het boek dichtslaan.
Daardoor kreeg ik ook rust binnenin mezelf.
Wanneer ik nu terugdenk aan Het Huis, bekruipt me het zeer ongemakkelijk gevoel.
Dan zie ik het kind dat twee dagen van tevoren al beefde voor dát moment.
Wanneer ik dan in Het Huis arriveerde, klapte mijn mond in een slot en weigerde mijn lichaam dienst.
Dat veranderde al gauw door de betrokkenheid van de deskundige medewerkers van Het Huis. Zij gaven me het zelfvertrouwen waarnaar ik zo hunkerde. De vrijwilligers stralen sereniteit uit, waardoor je vanzelf al tot rust komt en een veilig gevoel krijgt.
Toen ik als jong kind in Het Huis terechtkwam stond dat zelf nog in de kinderschoenen: Rita had maar enkele collega’s om zich heen. Sinds dat moment van aankomst ben ik nooit meer bang geweest: ik kreeg éindelijk het gevoel dat er me niets meer kon overkomen. Zij gaven me de moed om over de problemen die ik met mijn vader had te praten.
De tussenkomst van Het Huis was voor mij een verlossing. Door mezelf te mógen en kunnen uiten is mijn leven heel erg veranderd, in de positieve zin. Ik vind het bijzonder om te zien hoe kleinschalig Het Huis is gestart en nu open gebloeid is naar een prachtige locatie met een geweldig team van vrijwilligers.
Intussen ben ik 29 en vraag ik nog steeds raad aan Rita wanneer ik dreig vast te lopen in een situatie. Het Huis is voor mij een essentiële waarde geworden in mijn leven: dé ultieme verlossing eigenlijk.
Ik ben ervan overtuigd dat veel kinderen dit gevoel ervaren wanneer ze terugdenken aan Het Huis.
Anoniem
Rita Hey (richtte Het Huis op in 1998)
“Er is weinig dat niet kan worden opgelost met een tasje koffie”
Ik werd ontvangen door een warme, goedlachse vrouw bij een heerlijk kopje koffie en wat lekkers. Niet alleen de omgeving liet een bijzondere indruk op me na, ook Rita’s antwoorden en verhalen ontroerden me erg.
Het Huis zet zich belangeloos in voor (groot)ouders en kinderen die verwikkeld zijn in vechtscheidingen. De medewerkers van Het Huis vangen alle partijen op en proberen zoveel mogelijk die partijen in constructieve communicatiemodus te krijgen. Het kind krijgt een veilig luisterend oor zodat het het gevoel krijgt gehoord en begrepen te worden.
Interview: Aloka Liefrink
Vanwaar jouw drijfveer om zo intensief voor Het Huis te werken?
Het is nooit de bedoeling geweest om op zo’n grootschalig niveau met Het Huis aan de slag te gaan. We zijn nu bijna vijfentwintig jaar verder en de smeekbedes om geholpen te worden blijven binnenstromen.
Kan ik stellen dat het een uit de hand gelopen hobby is geworden?
Nee, eigenlijk niet. Ik noem het een uit de hand gelopen passie: een hobby stop je wanneer je er geen zin meer in hebt. Het is meer een passie die een groot deel van jezelf wordt. Dit is gewoon onderdeel van mijn leven.
Hoe ziet je dagelijkse leven er dan ongeveer uit?
Wanneer ik naar Het Huis ga, heb ik niet het gevoel dat ik naar mijn werk vertrek. Toch ben ik altijd ruim op tijd aanwezig. Het fijne is dat ik hier ook héél graag ben.
Mijn uurrooster is heel wisselend: op sommige dagen ben ik hier klaar om vier uur, andere dagen ben ik hier aanwezig tot half elf in de avond.
Niemand legt me dit op, ik heb echter een heel groot plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel.
Wat is er minder leuk aan je baan in Het Huis?
Het is niet altijd even makkelijk om je grenzen te bewaken omdat je steeds wil helpen en in deze sector zijn er ook vaak grote noodkreten.
Door de vele aanvragen vind ik het verschrikkelijk om andere prangende situaties op een wachtlijst te moeten zetten, dan breekt mijn hart.
Als er iets is wat we nu net niét moeten zijn is het ‘succesvol’, we zouden eigenlijk niet ‘nodig’ moeten zijn.
Het geeft echter wel aan dat we een niche in de markt hebben gevonden en die ook invullen. Daar zijn we met ons team terecht ook heel fier op.
Hoe ben je ertoe gekomen om Het Huis op te richten?
Deels vanuit mijn persoonlijke bagage dacht ik: ‘Hier moet dringend iets veranderen.’
Ik vind het erg belangrijk dat kinderen ábsoluut géén partij mogen zijn binnen een gerechtelijke procedure die zich afspeelt tijdens vechtscheidingen.
Waarom denk jij dat Het Huis in de toekomst meer aandacht moet verdienen?
Qua cliënteel heeft Het Huis zéker geen aandacht meer nodig. Het Huis moet zeker meer in de kijker komen door de ‘eigen-zinnige methodiek’ en daar zouden we eindelijk wel oprecht voor erkend mogen worden door middel van een subsidie.
Waarom is jullie plan van aanpak zo uniek, Rita?
Wij benaderen onze cliënten ‘à la carte’. Dat wil niet zeggen dat we voor elke cliënt een andere werkwijze hebben, want we hebben een zéér strikt huishoudelijk regelement waar iedereen zich aan dient te houden.
De ‘à la carte-aanpak’ houdt in dat we naast een zeer gevarieerd publiek ook een gevarieerd team aan sterk opgeleide medewerkers hebben.
Onze familiaire aanpak maakt het voor iedereen toegankelijk om met ons te praten. Dit alles in een familiale sfeer en dat schept een – terecht – gevoel van veiligheid. We werken letterlijk en figuurlijk laagdrempelig: in ons gebouw in Antwerpen hebben we zelfs geen opstapje. (Lacht.)
Ik kan me voorstellen dat jullie wel met pittige scènes te maken hebben aangezien jullie mensen in problematische situaties opvangen.
Dat gebeurt zeker wel. Het is zo dat we minder problemen hebben met cliënteel dat uit de middenklasse komt omdat die doorgaans gewenst gedrag vertonen. Hoogopgeleide mensen hebben vaak zeer dure advocaten en voeren hun strijd op zeer hoog niveau. Laagopgeleide mensen vertonen makkelijker ruziemakend gedrag. Door onze aanpak lukt het om met deze beide bevolkingsklassen om te gaan.
Wat doen jullie bij riskante situaties?
Dan hebben we een ‘hold-up alarm’. Dat is een stil alarm waarvan we de knop kunnen indrukken zodat de politie meteen wordt gealarmeerd. We zijn op dat moment rechtstreeks verbonden met de radiokamer.
Dit gebruiken we uiteraard enkel bij zeer ernstige conflicten en voor sommige cliënten biedt dit veiligheid. Daarnaast hebben we ook camerabewaking tijdens de bezoekuren.
Welke is jouw persoonlijke aanpak in conflictsituaties?
Ik stel mij steeds zo empathisch mogelijk op. Ik ga er ook steeds vanuit dat mensen vanuit hun eigen oogpunt handelen. Je kunt eeuwig doorgaan over een halfvol glas of een glas dat halfleeg is: alles heeft te maken met je eigen perceptie op de wereld. Dus vanuit die kijk kan men nooit onpartijdig zijn, maar je kan wél meervoudig partijdig zijn.
Bedenk dat je als (groot)ouder je kind naar wildvreemden moet sturen binnen een gerechtelijke procedure, dan is een empathische houding vereist. Je (klein)kind in deze situatie moeten achterlaten is verschrikkelijk! Dus ook die cliënten krijgen een schouderklop en geruststellende woorden. Het is een kunst om niet in medelijden te vervallen, maar wel in medeleven.
“Ik betaal alimentatie hé, dus ik heb recht op mijn kinderen!” Deze stelling vind ik verschrikkelijk onrechtvaardig. Hoe sta jij daarin, Rita?
Ouders hebben ábsoluut geen recht op hun kinderen! Dat wordt maar al te dikwijls vanuit een omgekeerd perspectief bekeken. Eén ding is zeker: kinderen hebben recht op hun beide ouders. Kinderen hebben niet om hun ouders gevraagd en ouders hebben een plicht om verstandig zorg te dragen voor hun kind.
Heb jij een pasklare oplossing bij dreigende conflicten?
Jázeker! Er is niets dat niet opgelost kan worden met een tasje koffie.
Op die manier haal je mensen uit een moeilijke situatie zonder dat je dit benoemt. Je stapt letterlijk uit de crisis naar een plek op veilige afstand waar gemoedsrust heerst. Samen eten of drinken creëert ook samenhorigheid, voor veel mensen het moment op een dag om naar elkaar te luisteren.
Dat tasje koffie staat al klaar voordat we überhaupt een gesprek beginnen. Dat nodigt uit en haalt stress weg.
Het verhaal van Veerle:
‘Ik zou het niet erg vinden dat papa dood zou gaan, dan krijgen mama en ik geen klappen meer’
De ouders van Veerle scheidden toen ze bijna 10 was. Toen ze dat hoorde, vond ze dat niet eens zo erg. Meer nog: ze voelde zich opgelucht. Geen knallende ruzies meer, geen (stilzwijgende) verwijten, geen borden en andere voorwerpen die door het huis heen vlogen.
De spanningen thuis zorgden ervoor dat ze zich niet meer kon focussen op school, en dat was voor de prestatiegerichte Veerle een hel. Op een dag vroeg de meester haar hoe het met haar ging. Het kleine meisje barstte ongecontroleerd in snikken uit, waarna de leraar haar naar een vertrouwenspersoon van het CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding) stuurde.
Vanaf toen dacht ze dat alles beter ging. Ze voelde zich niet alleen. De begeleidster van het CLB zocht contact met Het Huis. Daar werd Veerle met open armen en een luisterend oor opgevangen.
Veerle vertelde dat ze wel begreep waarom haar ouders uit elkaar waren gegaan, maar ze had nog steeds gehoopt dat het ooit weer goed zou komen.
De hoop dat haar ouders elkaar niet meer zouden slaan of uitschelden bleef een constante. Veerle wist op die leeftijd al wel dat haar vader al eerder ‘poging tot doodslag’ op zijn geweten had en dat haar moeder geen aanklacht had durven indienen. Ze legde het uit, maar begreep de impact van haar woorden nog niet, zei ze later.
In Het Huis durfde ze ook vertellen dat ze het niet erg vond als haar vader dood zou gaan, omdat haar moeder en zij dan geen klappen meer zouden krijgen. En als haar vader dood was, dan kon hij haar moeder nooit doodslaan.
Ook na de scheiding bleef Veerles vader haar moeder ernstig lastigvallen. Hij stalkte haar en bedreigde haar met de dood. Veerles moeder zocht haar heil in kalmeermiddelen, antidepressiva en alcohol waardoor haar bewustzijn in de opvoeding van Veerle ook compleet weg-ebde.
Pas toen Veerle het hele verhaal eruit had gegooid, volgde er – tot ieders’ verbazing – helemaal geen opluchting. Wel wanhoop. Grote tranen rolden van haar wangen. Na gerichte doorvraagtechnieken kwam de vrijwilligster van Het Huis kwam Veerle tot de kern: ‘Nu heb ik hier alles verteld, en nu weet ik niet meer wat ik nog aan mijn vader of moeder kán vertellen. Ik ga hier al zeker niet lachen of huilen want dat komt vast dan in een verslag dat iedereen kan lezen.’
Hoewel de vrijwilligster erop bleef hameren dat ze het beroepsgeheim dat nooit zou schenden, bleef de diepgewortelde angst op Veerles ziel kleven.
De coördinatrice van Het Huis nam alle tijd die ze kon vrijmaken om naar Veerle te luisteren, en bedacht in de avonduren wanneer iedereen naar huis was hoe zij en haar team Veerle konden helpen.
Uiteindelijk kreeg het team het voor elkaar om Anja – de moeder van Veerle – op gesprek te krijgen.
Daardoor vond Anja de moed om aangifte te doen bij de politie, doorgedreven therapie te volgen om haar verleden te verwerken en van de middelen af te komen. Ze heeft nu een leuke baan als kledingverkoopster en woont nu met Veerle – die inmiddels bijna 18 is – in een leuk huisje. Veerle ziet haar vader niet meer en ze mist hem ook niet.
Veerle maakt nu plannen om te gaan studeren voor maatschappelijk werkster om jongeren in vechtscheidingen professioneel te kunnen begeleiden.
Wonden die kinderen oplopen bij vechtscheidingen, hoe voorkom je die als ouder?
“Toen je veertig jaar geleden met een echtscheiding aankwam, was je een vreemde eend in de bijt. Nu is het héél normaal om te scheiden wanneer het echt niet meer gaat. Maar wat als je echtscheiding ontaardt in een vechtscheiding?”
Volwassenen nemen bij een echtscheiding een ingrijpende beslissing, waarin het kind wordt meegesleurd. Het kind vraagt hier niet om en de ouders zijn vaak erg druk bezig met het verwerken van hun eigen emoties.
Uit mijn praktijkervaring merk ik dat deze heftige situaties vaak gepaard gaan met haat, nijd, verdriet en niet zelden wordt er ook agressie gebruikt.
Hoe moet het nu met het kind?
Als ouder in deze situatie heb je in het heetst van de strijd niet altijd door hoe het nu écht met je kind gaat. Wat ik merk is dat men veronderstelt dat het kind deze episode moet verwerken, en dat het tijd nodig heeft om aan de nieuwe situatie te wennen. Dat is zeker waar.
Wat me opvalt is dat ouders denken dat kinderen met een bepaald probleem zitten, maar dat het kind in wezen met iets heel anders in de knoei zit. Probeer dan ook even uit je eigen strijdgevoelens te stappen en focus te leggen op het gedrag van je kind.
Ouders die zien dat het gedrag van het kind verandert, roepen wel eens therapeutische hulp in. Toch ligt het woord ‘therapie’ in dit verhaal nog in de taboehoek want veel volwassenen – maar ook kinderen – schamen zich hiervoor. De ouders zien hun scheiding als “falen” en ik merk dat het kind dikwijls denkt: ‘Ik kan dit best goed verwerken want ik ben niet gestoord.’
Loyaliteit en begrip
Kinderen hebben normaliter in alle omstandigheden loyaliteit ten opzichte van hun beide ouders. Toch kan er een loyaliteitsconflict ontstaan tijdens een vechtscheiding.
Wanneer men over kinderen en scheiding praat passeren woorden als begrip en loyaliteit regelmatig de revue.
Jonge kinderen hebben vaak geen notie van wat er nu precies misging tussen hun ouders. Ze herinneren zich wellicht ruzies, maar de inhoud daarvan kunnen ze – logischerwijs – (nog) niet vatten.
Kinderen hebben ook nog niet de mogelijkheid om in de verre toekomst te denken, laat staan dat ze weten hoe ze met een toekomstplan moeten omgaan. Eén ding is wel zeker voor het kind: ‘Het hier en nu is aan diggelen geslagen.’ Die bewustwording alleen al is traumatiserend.
Psychiater Böszörményi-Nagy omschrijft dat begrip en loyaliteit in theorie aangeven dat er een band tussen het kind en de ouders bestaat, of het kind dat nu wil of niet.
Het kind heeft zijn leven te danken aan beide ouders en heeft dan ook geen keuze dan loyaal te zijn naar beide ouders toe.
Deze loyaliteit kan niet worden stuk gemaakt. De existentiële loyaliteit kan na verloop van tijd worden uitgediept en dan spreekt men over verworven loyaliteit. Dit ontstaat wanneer beide ouders het kind correct verzorgen en opvoeden.
Tijdens een vechtscheiding kan het kind geconfronteerd worden met een groot dilemma. Wanneer het kind het gevoel krijgt te moeten kiezen tussen diens moeder of vader, krijgt het te maken met een innerlijk conflict: een kind wil van nature geen van beide ouders te kort doen.
En hoe meer het kind druk ervaart om wél een partij te kiezen, hoe groter het innerlijk conflict. Dit kan de psychische gezondheid van het kind in gevaar brengen.
Als volwassene in een vechtscheiding proberen we het kind – normaliter – wel te begrijpen. Enkel werkt de ratio van een volwassene héél anders dan die van een kind.
Wanneer de vader slecht praat over moeders’ leven – en daar ook naar handelt – dan komt het kind in een zwaar gewetensconflict. Het kind vindt dat mama het heus wel op orde heeft, en snapt niet waarom papa daar anders over denkt.
Volwassenen in vechtscheidingen zijn dikwijls erg met hun eigen emoties in de weer. Bijvoorbeeld: venijn, haat, jaloezie op de nieuwe partner, woede na bedrog, verdriet etc.
Een kind kan hier niets mee: kijkt erop toe en voelt zich machteloos.
‘Als papa een idioot is die het niet voor elkaar heeft, dan ben ik dat ook want ik ben deels ook papa.’
Met bovenstaand inzicht is het wijs om je kind geen enkele mening te laten vormen over je ex, onder welke vorm dan ook: dit vormt juist de haard van gevechtskampen.
Als ouder win je er niets mee, behalve leed bij je kind.
Bedenk ook dat het kind in de toekomst geen basisinstrumenten meekrijgt om sterk om te gaan met conflicten. Wanneer het enkel haat, woede, verdriet en verbittering heeft gezien wordt ook emotieregulering een pittige uitdaging voor het kind.
Wat kun jij als ouder doen in deze situatie?
Als ouder doe je er zéér wijs aan om het kind ábsoluut niet in aanraking te laten komen met loyaliteitsconflicten! Dit gevaar sluipt er sneller in dan men denkt.
Enkele voorbeelden:
Papa vindt mama een hoer omdat hij werd bedrogen door haar.
Mama vindt papa een harteloos mens omdat hij het gezin verliet.
Papa vindt de nieuwe partner van mama dom terwijl het kind het naar de zin heeft met de plusouder en die helemaal zo niet ziet.
Bij alle voorgenoemde voorbeelden spelen verwoestende emoties van de ex op de voorgrond en vergeet men dat het kind zware loyaliteitsconflicten krijgt.
Bedenk dat het kind (nog) niet de tools heeft om een oordeel te vellen over vader of moeder, en dat ook zeker niet hoeft. Wanneer men het kind – ook onbewust – dwingt tot het vormen van een mening over de ex, dan breng je het in een zéér moeilijk parket.
Bedenk dat het kind niet heeft gekozen voor een vechtscheiding, en de pijn die daaraan voorafging. De keuze om uit elkaar te gaan is gestoeld op een volwassenproblematiek. Zo kan een kind nog niet met hart en ziel begrijpen wat bedrog in een relatie met een volwassene doet. Het heeft ook nog geen notie van ruzieonderwerpen die ingrijpend zijn voor volwassenen.
Rouwproces en verwerking van het kind
Als ouder zit je wellicht midden in een rouwproces. Heimwee naar de mooie kanten van je ex, naar de leuke dingen die jullie samen deelden, etc.
Het kind rouwt echter ook.
Hoe kinderen rouwen en verwerken is van veel factoren afhankelijk: leeftijd, karakter maar ook de plaats in het gezin en geslacht.
Een goede begeleiding hierin is essentieel. Die begeleiding kan van buitenaf komen, maar als ouder kun je ook al heel wat doen om je kind te helpen.
Als het kind de situatie moeilijk lijkt te verwerken, schaam je dan niet om hulp bij deze verwerking in te roepen.
Aloka Liefrink
Instant tips & tricks voor de ouder(s) in vechtscheiding
1. Bereid je kind voor op de scheiding, zo voorkom je een schok. Bespreek dit als ouder(s) vooraf en breng dit besluit op een serene duidelijke manier met de reden hiervan in hapklare taal.
Bijvoorbeeld: ‘Mama en papa zijn te verschillend om elkaars partners te blijven.’
2. Kinderen verwerken een scheiding makkelijker als ouders alle praktische factoren goed blijven overleggen op een volwassen manier.
Maak zéker geen ruzie (meer) in het bijzijn van het kind! Dit maakt de schade bij het kind alleen groter. Het kind kan hierdoor later onkundig worden in het oplossen van problemen binnen partnerrelaties. Er kunnen op vroegere leeftijd al problemen ontstaan bij de emotieregulering van het kind.
3. Probeer je verwerking bij jezelf te houden, of deel het met een andere volwassene. Jonge kinderen nemen spanningen en stemmingen heel erg op. Je kind kan ook jouw leegte niet opvullen of je de situatie niet oplossen. Gebruik je kind daarom zeker niet als boodschapper!
4. Jonge kinderen zijn bang(er) om hun ouders te verliezen. Kinderen die wat ouder zijn kunnen last hebben van gewetensproblemen. ‘Als ik maar braver was geweest, dan hadden papa en mama geen ruzie om mij hoeven te maken.’ Maak daarom goed duidelijk dat er niets veranderd is in jullie liefde voor het kind!
5. Gezamenlijke uitjes kunnen kinderen in verwarring brengen. Ze kunnen zich nog niet uiten. Echter bij veel kinderen leeft de hoop dat hun ouders weer bij elkaar komen. ‘Het was toch gezellig, dus waarom die breuk? Misschien hebben ze zich vergist?’
6. Praat met je kind over de scheiding en motiveer het kind ook om erover te praten. Zo krijg je als ouder inzicht wanneer en waarvoor er eventuele externe hulp nodig is.
7. Maak goed duidelijk dat jullie geen partners meer zijn en dat dit ook zo blijft.
Blijf ook respect voor elkaar, en elkaars leven, tonen naar het kind toe.
8. Ouders hebben het doorgaans druk met hun eigen rouwproces waardoor de focus even niet meer op de opvoeding ligt. Wanneer je als ouder de scheiding moeilijk verteert, doe dan beroep op een therapeut zodat je er optimaal voor jezelf en je kind kan zijn.
9. Waak voor (onbewuste) isolatietechniek door o.a. verwennerijen.
Sommige ouders hebben de neiging om het kind te verwennen, ‘zodat het wel een keuze zal maken’. Bijvoorbeeld: bij papa krijgen ze de laatste nieuwe games, die daar ook moeten blijven. De zin om naar mama te gaan is dan kleiner. Een kind heeft regels en – zeker in deze fase – véél veiligheid nodig. Door het te verwennen gaat het kind zich niet alleen stuurloos voelen, het krijgt opnieuw met loyaliteitsproblemen te kampen.
Door het te verwennen vraag je non-verbaal om een kant te kiezen.
10. Is je kind al wat ouder? Dan kun je het onderscheid tussen partner- en ouderschap goed uitleggen. Jullie zijn geen partners meer, wel voor altijd ouders. Kinderen die dit meekrijgen hebben het doorgaans makkelijker in hun verwerkingsproces.
Ondernemer en voorzitter van Het Huis John Coose:
“Het sponsoren van goede doelen maakt je als ondernemer een rijker mens.”
John Coose is niet alleen een gepassioneerd ondernemer in zijn eigen bedrijf Eltherm-Isolatie, hij is ook de bijzonder betrokken voorzitter van Het Huis. John heeft al heel wat leed gezien en wil er – binnen zijn mogelijkheden – alles aan doen om dit te voorkomen. Deze ondernemer wordt gekenmerkt door zijn humane betrokkenheid.
Hoe komt het dat jij als succesvol ondernemer zo betrokken bent geraakt bij Het Huis?
Dankzij de Fifty-One serviceclub in Leuven. Elk jaar zoeken wij binnen onze Dienst aan de Gemeenschap een goed doel. Na een optreden kwamen Andrea Croonenberghs en Martine Bellinck naar me toe en vroegen me of onze Club Het Huis financieel wilde steunen. Dat sprak me aan omdat er dringend budget nodig was om die organisatie te onderhouden.
Na twee à drie jaar sponsor te zijn geweest werd me de vraag gesteld of ik voorzitter van Het Huis wilde worden. Dat wilde ik heel graag, maar dat werd te veel werk naast het runnen van mijn eigen onderneming. Vorig jaar werd ik opnieuw gevraagd als voorzitter en vond ik dat de tijd daar rijp voor was. Niet alleen de periode leende zich ertoe: ik voelde me intussen ook erg betrokken bij Het Huis.
Dit thema raakt me tot in de kern en daarom engageer ik me graag voor dit ‘vergeten’ maatschappelijk probleem. Ik bekijk Het Huis als een waardevol bedrijf, een érg belangrijke organisatie die een grote meerwaarde biedt voor onze maatschappij.
Wat ontroert jou als voorzitter van Het Huis het meest?
Héél veel! Ik ben altijd een maatschappelijk betrokken ondernemer geweest. Toekijken op lijdende mensen kan ik niet. Zo zie ik medewerkers van Het Huis zich uit de naad werken, zonder enige tegemoetkoming. Zij werken samen met kwetsbare kinderen, (groot)ouders, moeten samenwerken met rechtbanken etc. Wanneer ik dit aanschouw, zie ik dat de medewerkers eerder worden afgestraft dan beloond voor hun inzet om deze doelgroep te helpen. Naar mijn beleving zien sommige rechters dit als een businessmodel. Néé, we hebben het over kinderen in zéér kwetsbare situaties die professionele hulp nodig hebben. Het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) krijgt wel een subsidie. Het Huis wordt jammer genoeg overgeslagen.
Heb jij tips voor andere maatschappelijk betrokken ondernemers?
Zeker! Empathie. Zelf ben ik een invoelende, betrokken persoonlijkheid. Ik mis bij sommige bedrijfsleiders het tonen van maatschappelijke betrokkenheid. Sommige ondernemers denken: ‘De zaken gaan goed, dus alles is goed.’ Dat vind ik persoonlijk een moeilijke stelling om mee om te gaan. Ik mis dikwijls mildheid in de zakenwereld omdat er vaak geen tijd wordt vrijgemaakt voor sociaal engagement.
Ook als dit project voor mij stopt, dan ga ik zeer zeker verder met een volgend goed doel waarvoor ik een meerwaarde kan betekenen. Het geeft je als ondernemer bijzonder veel voldoening om goede doelen te sponsoren. Het is heel makkelijk om bedrijven te sponsoren, maar een project waarbij gevoel gemoeid is, maakt van jou als ondernemer een rijker mens.
Andrea Croonenberghs:
“Probeer je ex niet te ‘ontmoederen’ of te ‘ontvaderen’.“
Actrice, zangeres en voormalig omroepster van de VRT Andrea Croonenberghs zet zich al jaren in als ambassadrice van Het Huis. Ze maakte alle ontwikkelingen van dichtbij mee.
Je maakt al vanaf de oprichting in 1998 deel uit van Het Huis. Hoe kijk je na die jaren terug op je ambassadeurschap?
In het begin was mijn betrokkenheid minder groot. Die is gegroeid naarmate ik Het Huis beter leerde kennen. Ik ging steeds beter begrijpen hoe er gewerkt werd en ook hoe vaak kinderen, die in liefdevolle omstandigheden op de wereld gezet zijn, de dupe worden van een breuk tussen hun ouders.
Waarom heb je juist Het Huis uitgekozen als project om je schouders onder te zetten?
Ik ben ervan overtuigd dat kinderen hun beide ouders willen kennen. Dat ze dat referentiekader nodig hebben. Het is tegennatuurlijk dat kinderen wiens ouders niet meer door één deur kunnen, afgesloten zouden worden van één van die ouders. Kinderen willen en hoeven die keuze niet te maken. Kinderen zijn ook ontzettend loyaal tegenover hun ouders. Het Huis probeert de band tussen ouder en kind altijd te bewaren of te herstellen. In Het Huis wordt er ook echt geluisterd naar het kind. Het kind komt op de eerste plaats en dat is heel belangrijk.
Hoe zou je Het Huis als organisatie beschrijven?
Het Huis werkt op een professionele manier samen met justitie, maar drijft toch volledig op de niet aflatende inzet van vrijwilligers. Dat is een bizarre situatie. En dat heeft te maken met de keuze om aan verslaggeving te doen. Van elk bezoek wordt een verslag gemaakt dat aan de rechter wordt overgemaakt. Die informatie is bijzonder waardevol. Maar omdat deze werkwijze niet strookt met de wet op de privacy die gerespecteerd wordt in de reguliere (lees gesubsidieerde) neutrale bezoekruimte valt Het Huis dus niet onder het Ministerie van Welzijn. Al begint men ook in de reguliere sector stilaan de waarde van de verslaggeving in te zien. Er is dus één en ander in beweging.
Heb je vanaf de beginsituatie tot nu veel veranderingen opgemerkt binnen Het Huis? Welke belangrijke zaken heeft de organisatie zoal verwezenlijkt vanaf de oprichting?
De werkwijze die Het Huis aanhangt is niet veranderd. Maar de organisatie zelf is groter geworden, waardoor er geprofessionaliseerd moest worden. En met onze nieuwe voorzitter John Coose aan boord zal die professionalisering zich nog scherper aftekenen.
Het Huis is ook een paar keer ‘verHuisd’ en is er qua accommodatie, omgeving, inrichting en dus qua gezelligheid en huiselijkheid alsmaar op vooruit gegaan. Er hebben veel mensen met een groot hart heel wat middelen geschonken die Het Huis hebben gemaakt tot wat het nu is. En het feit dat de verslaggeving nu ook stilaan zijn intrede vindt in de reguliere sector bewijst dat de werking heel waardevol is. De belangrijkste verwezenlijking is natuurlijk dat er in de neutrale bezoekruimte ontelbaar veel mannen en vrouwen vader en moeder ‘mochten’ zijn en de band met hun kind(eren) hebben kunnen bewaren of herstellen en zelfs versterken.
Is er een boodschap die je vanuit jouw ervaringen van Het Huis graag zou willen meegeven aan families die in een (v)echtscheidingssituatie zitten of meegemaakt hebben?
Aan mensen die mekaar het licht niet meer in de ogen gunnen zou ik willen zeggen: probeer je ex niet te ‘ontmoederen’ of te ‘ontvaderen’. Waarom zou diegene waarmee je samen voor dat kind gekozen hebt, geen goede ouder meer kunnen zijn omdat jullie geen koppel meer zijn? Stop met het alleenrecht op te eisen voor een kind. Uw kind verdient dat niet.
Het Huis Antwerpen
Het Huis Antwerpen is gevestigd in een 13e eeuws klooster met de naam ‘Berne Scot’, waarvan de naam Beerschot is afgeleid.
Wittestraat 116/3
2020 Antwerpen
Tel: 03/216 17 17
Andrea Croonenberghs, ambassadrice Het Huis Antwerpen
“Liefde voor een kind, liefde voor een ouder valt niet te meten, te stoppen of te sturen…
Niemand zou het alleenrecht mogen opeisen voor zijn of haar kind,
want dan ontzeg je het iets van levensbelang.“
Raf Meukens (Ex-Coördinator Het Huis Antwerpen)
Vanwaar je betrokkenheid bij Het Huis?
Wanneer je zelf uit een gelukkig nest van negen kinderen komt, in jeugdbewegingen jezelf hebt mogen ontwikkelen en in het onderwijs hebt gestaan, zijn er talloze redenen om te beseffen dat je een gelukkige volwassene bent geworden. Dan is het verscheurend om toe te kijken hoe ouders vooral met hun eigen emoties bezig zijn en het leed van hun kinderen vergeten. Als je merkt dat die pijn van kinderen voor luttele momenten kan worden verzacht, geeft je dat een bijzondere voldoening!
Wat zijn de meest ontroerende gebeurtenissen die je meemaakte?
Een vader die in Zuid-Europa woonde, mocht zijn zoon eens per twee weken in Het Huis komen bezoeken. Hij nam daarvoor telkens het vliegtuig. De moeder meldde zijn bezoekmomenten steeds een paar minuten voor tijd af, met gefingeerde bewijzen. Het was voor mij schrijnend om toe te kijken als de vader uiteindelijk toch in de armen van zijn zoontje viel. Beiden schokschouderend. Doorweekte hemden nat van de tranen. Tasjes koffie, snoepjes, en vooral veel emoties in Het Huis.
Intussen is die jongen volwassen en vraag ik me af hoe het gaat na de misdadige acts van zijn moeder tijdens zijn kindertijd.
Ik zag een gehandicapt kind binnenrijden. De rolstoel werd geduwd door zijn oma omdat zijn moeder intussen was overleden.
Zijn vader raakte – door deze turbulente gebeurtenissen – aan lagerwal. Kwam in de gevangenis terecht en deed van daaruit regelmatig inspanningen om aan het bezoekrecht te voldoen. En dat lukte hem ook. Hij kwam vrij!
Op dat eerste bezoekmoment ‘rolde’ zijn zoontje enthousiast naar de grote poort en was het geluk overweldigend. Dit versterkt onze missie: hier moét dringend iets meer aan gedaan worden!
Mathias Sercu (Ambassadeur Het Huis Brugge)
“Geen enkel kind mag het slachtoffer worden van een vechtscheiding.“
Zelf heb ik twee kinderen en besef daardoor hoe belangrijk ‘hechting’ is voor een kind, zeker naar de toekomst toe. Mijn vrouw is psychologe en haar functie heeft mij veel inzichten gegeven. Zelf heb ik een stevige achterban en was ik een gelukkig kind. Ik denk dat ook mijn beide kinderen dit kunnen zeggen.
Jammer genoeg is dit niet een standaardsituatie in onze samenleving. Elke scheiding is moeilijk, maar een vechtscheiding kan onmenselijke gedaanten aannemen. Helaas is het kind daar de dupe van. Geen énkel kind zou het slachtoffer mogen zijn van de oorlog die volwassenen voeren.
Geen enkel kind zou de band – hoe kwetsbaar die ook is – met één van diens ouders ontzegd moeten worden. Elk kind heeft het recht te weten waar het vandaan komt. Het recht om te weten wie zijn/ haar ouders zijn en te weten hoe die in elkaar zitten met de leuke en minder leuke kanten.
Hechting is de mortel, de cement die je nodig hebt om het huis – dat je zelf bent – op te bouwen.
Het Huis is een plek waar een kind dat slachtoffer werd van een vechtscheiding terecht kan en daar levensnoodzakelijke voeling mee kan blijven hebben.
Het Huis Brugge
Dries 2A
8310 Assebroek
(‘t Ravotterke)
Briefwisseling naar: Wittestraat 116/3, 2020 Antwerpen
Tel: 0471/37 83 14
Mathias Sercu,
ambassadeur Het Huis Brugge
“We leven in een maatschappij die soms hard kan zijn. Mensen kunnen het elkaar soms verdomd lastig maken. Maar een kind mag daar nooit de dupe van worden. Wat Het Huis doet is meer dan nodig.“
Christine De Schagt (Coördinatrice Het Huis Brugge)
Vanwaar je betrokkenheid bij Het Huis?
Nadat ik op pensioen was wilde ik iets meer betekenen voor anderen. Tijdens mijn carrière heb ik steeds met kinderen gewerkt, dus ben ik meteen op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk waarbij ik iets moois voor kinderen kon betekenen. Toen ik de vacature van Het Huis zag, heb ik geen seconde getwijfeld en heb me meteen aangemeld.
Hoe is jouw inzet voor Het Huis tot stand gekomen?
Initieel begeleidde ik bezoeken. Kort daarna werd me door Raf en Rita gevraagd of ik de coördinatie van ze wilde overnemen. Ik ben sterk in: organiseren, begeleiden, luisteren, teamwork en kan ook oplossingsgericht denken en handelen. Constructieve omgang met ouders en jongeren heb ik dan ook te danken aan mijn expertise als schoolcoördinatrice. Aanvankelijk moest ik wennen aan het samenwerken met vrijwilligers omdat de aanpak anders is. Hun diepe betrokkenheid naar kinderen in pijnlijke situaties zorgde ervoor dat ik ze erg ging waarderen. De advocatuur en magistratuur in deze sector is voor mij een behoorlijke uitdaging! Ik had geen notie van het lezen van vonnissen.
Wat was voor jou het meest ontroerende dat je meemaakte tijdens je carrière in Het Huis?
In het algemeen raakt het me wanneer een bezoekouder onmacht toont omdat die zijn kind in een vreemde omgeving bij wildvreemde mensen moet zien. Maar ook kinderen die lijden onder verlatingspijnen omdat ze hun moeder lang niet te zien kregen.
En dan heb ik het nog niet over ouders die érg veel van hun kinderen houden en het dan met veel pijn aan pleegouders moeten afgeven.
Hoe steunt ú Het Huis?
ALS SPONSOR
Omdat Het Huis enkel werkt met vrijwilligers, zijn donaties en sponsors natuurlijk van harte welkom. Als u ons wilt steunen dan kan dat door storting op rekeningnummer BE02 3200 8208 8140 op naam van Het Huis vzw. Of stuur een mailtje naar info@hethuis.be en dan nemen wij zo snel mogelijk contact met u op.
ALS VRIJWILLIGER
Het Huis is voortdurend op zoek naar nieuwe medewerkers. Wil je graag bezoeken begeleiden, bureauwerk doen, in de tuin werken of nog iets anders? Contacteer ons via info@hethuis.nl. Nieuwe medewerkers komen eerst op kennismakingsgesprek en volgen dan een cursus. Ze ondertekenen een contract met de deontologische code van Het Huis.
DOOR EEN ERFENIS NA TE LATEN
Wist u dat u een erfenis na kunt laten aan een goed doel? In een testament kunt u laten vastleggen wat er gebeurt met uw nalatenschap bij overlijden. Draagt u Het Huis een warm hart toe dan is dit een uitstekende manier om ons te helpen om kinderen in kwetsbare situaties te blijven helpen. Een notaris kan hierbij van dienst zijn.
