leestip

Leestip!

REPORTAGE  Het Huis, een bezoekruimte voor kinderen uit een vechtscheiding, bestaat twintig jaar. De lijn tussen hoop en wanhoop is er flinterdun. ‘Het Huis mag nooit een lijdensweg worden.’

‘Niemand is hier een crimineel. Iedereen is vader of moeder’

Om 10 uur komt een zwerm papa’s het oude Prelaathof in de Wittestraat binnen. Een panne op de tramlijn die het Kiel bedient, stuurt de ochtend in de war. De papa’s begroeten hun zoon of dochter – de ene ontmoeting is al hartelijker dan de andere. Wanneer Andy*, een van de papa’s, hoort dat zijn dochtertje er nog niet is, wordt hij overmand door teleurstelling. De panne met de tram zou een verklaring kunnen zijn. Andy is er niet gerust op, want ook de vorige keer kwam zijn ex-vrouw, en dus ook zijn dochtertje, niet opdagen.

We zijn in Het Huis in Antwerpen. De neutrale bezoekruimte voor kinderen uit een (v)echtscheiding viert dit jaar haar twintigjarige bestaan, al zien medewerkers dat misschien anders. In een ideale wereld bestaat Het Huis niet.
Medewerkers schenken Andy ter troost een kop koffie. Hij barst in tranen uit. Dit moest zijn vijfde bezoek worden. De eerste bezoeken gingen volgens Andy heel goed. Vóór het eerste bezoek had hij z’n dochtertje van vier zes maanden niet gezien.

Het Huis probeert via begeleiding de problematische relatie tussen kind en ouder te herstellen. Zeventig procent van de dossiers evolueert in de goeie richting.

Andy vertelt dat zijn ex-vrouw hem beticht van zedenfeiten. ‘Godverdomme, het gedacht alléén al. Ik mag dan een beer van een vent zijn, als het over mijn kind gaat ben ik héél, héél klein.’
Hij vertelt over de eerste keer dat hij z’n dochtertje terugzag. Eerst was hij bang voor vervreemding. Wat had zijn ex-vrouw verteld? Of de grootmoeder van zijn kind? ‘Die schrik viel weg toen ik de lach op haar gezicht zag’, vertelt hij. ‘Ik begon natuurlijk te bleiten. “Papa, heb je pijn?”, vroeg ze. “Papa, heb je pijn?”’
Hij zwijgt, en zegt dan stilletjes: ‘Ik weet het, menneke. Vloeken en tieren, ’t betaalt niet uit. “Houd u kalm”, is tachtig procent van het advies van mijn advocaat. Dat begint steeds moeilijker te worden.’
‘Ik mag dan een beer van een vent zijn, als het over mijn kind gaat, ben ik héél klein. Toen ik mijn dochtertje de eerste keer terugzag, begon ik te bleiten. “Papa, heb je pijn?”, vroeg ze. “Papa, heb je pijn?”’ ANDY

Om kwart voor elf is het duidelijk: Andy’s dochter zal niet meer komen opdagen. ‘Ik vind dat ik al door erg veel shit moet,’ zegt hij nog. ‘Dit bezoek aan Het Huis is the next best thing.Daar ben ik heel dankbaar voor.’

 

De stem van het kind

Rita Hey bevestigt later dat de eerste contacten tussen Andy en zijn dochter goed waren, ze noemt zijn houding ‘pedagogisch verantwoord’. Hey is oprichter en coördinator van Het Huis. Ze stichtte twintig jaar geleden, na omzwervingen in de jeugdzorg, een afdeling in Antwerpen. Ondertussen bestaan er ook afdelingen in Leuven en Brugge.
Het Huis ontvangt kinderen uit een vechtscheiding. Als een van de (groot)ouders aan de rechtbank vraagt om zijn of haar (klein)kind opnieuw te mogen zien, kan de rechtbank doorverwijzen naar Het Huis. In dat regime is tweewekelijks een bezoek van twee uur voorzien, telkens onder het toeziende oog van begeleiders.
Dossiers belanden er uitsluitend via de rechtbank, elk jaar meer en meer. Het dossier van Andy is slechts een van vele: die zaterdag worden er in Antwerpen alleen al 38 kinderen verwacht.
Het Huis verschilt van de bezoekruimtes bij de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s), want het maakt gerechtelijke verslagen op, bestemd voor de rechtbank. De rechter baseert zich op de verslagen om de dossiers verder te evalueren. Hoe was het contact tussen ouder en kind? Was de bezoekouder op tijd? Houdt hij of zij zich aan de afspraken? ‘Het kind een stem geven’, noemt Hey dat.

Een plaats van hoop en wanhoop. Dat is wat Het Huis is. Je ziet bezoekende papa’s en mama’s die hun stinkende best doen om het contact met zoon of dochter te herstellen. Maar je ziet er ook die zich geen houding weten aangemeten, alsof ze vergeten zijn wat het is om een ouder te zijn. Of het misschien nooit hebben geweten. Ze volgen hun kind doelloos door de speelruimtes, van het ene betekenisloze spel tot het andere zinloze contact. Of ze vragen aan de begeleiders wat ze moeten doen als hun kind begint te huilen.

Het Huis speelt niet louter de rol van observator. Het zet ook in op actief contactherstel. Via begeleiding tracht het de problematische relatie tussen kind en ouder te herstellen. Dat levert resultaat op: 70 procent van de dossiers evolueert in de goeie richting. Dat wil zeggen dat de rechter de bezoekregeling ‘versoepelt’, en dat een bezoek aan Het Huis niet langer nodig is.

Dat resultaat bekomt Het Huis door een beproefde tactiek – een erfenis van twintig jaar ervaring. Raf Meukens, voorzitter van de raad van bestuur, legt uit. ‘Het kind komt samen met de zorgouder binnen. Wanneer die ouder vertrekt, ontfermt een begeleider zich over het kind. Samen spelen ze een spelletje. Wanneer de bezoekouder een kwartier later arriveert, kan die gewoon aanschuiven. Als dat goed verloopt, trekt de begeleider zich terug. Dat kan alleen als de angst bij het kind weg is. Als dat niet goed gaat, blijft de begeleider proberen. Heel vaak gebeurt de communicatie tussen kind en bezoekouder dan uitsluitend via de begeleider. Geen oogcontact, geen directe vragen. Maar voor veel dossiers is alleen dat al een overwinning op zich.’

 

Geen foto, geen gsm

In Leuven vindt Het Huis onderdak in COPAL – nu een studentenresidentie, vroeger een klooster. Met z’n twee uitgangen is het ideaal: via de tuinkant komen de bezoekouders binnen, via de straatkant de zorgouders. Zo wordt elk contact vermeden. Het Huis Leuven bestaat pas sinds 2013, maar barst uit z’n voegen.

Coördinator Martine Bellinck brieft de medewerkers vlak voor de eerste kinderen toekomen. De vrijwilligers krijgen een overzicht van de dossiers en horen waarop ze moeten letten. Het huishoudelijk reglement van Het Huis moeten de ouders strak naleven. Geen foto’s (die kunnen op Facebook belanden), geen gsm-gebruik (om onder meer geluidsopnames te vermijden) en alleen Nederlands, Frans of Engels zijn toegelaten, tenzij er een beëdigde tolk is. Elke regel heeft een reden. In Antwerpen kwam die met de tolk er omdat een Marokkaanse papa na een paar bezoeken ‘Ik ga uw moeder vermoorden’ zei tegen z’n dochtertje. Niemand begreep waarom het kind plots ineenkromp.

‘Na tien jaar als medewerker van Het Huis ben ik nog altijd verbaasd over wat mensen elkaar kunnen aandoen’, zegt Raf. ‘Je leert hier dat ze in moeilijke situaties soms vergeten rechtvaardig te blijven.’
Er zijn niet alleen succesverhalen. Heel wat bezoeken gaan mis en blijken een verloren zaak. In Leuven loopt een aantal dossiers die betrekking hebben tot seksueel misbruik. Voor begeleiders zijn zulke dossiers niet vanzelfsprekend. ‘Maar,’ zegt Bellinck, ‘niemand is hier crimineel. Dit zijn allemaal mama’s en papa’s.’
Het kind is en blijft primair. ‘Het Huis moet geen lijdensweg worden’, vindt Martine. ‘Dat is het soms wel. Ik heb onlangs nog twee bezoeken stopgezet. Als je ziet dat je nergens geraakt en het bezoek voor het kind, maar ook voor de ouder, een pijnbank wordt, dan geef ik mee aan de rechtbank dat Het Huis geen meerwaarde kan bieden.’

 

Publieke goodwill

Omdat Het Huis tussen Welzijn en Justitie valt, kan het geen beroep doen op subsidies. De organisatie is afhankelijk van donaties of van serviceclubs. In Leuven werd een deel van de ruimte vorig jaar gerestaureerd door de Lions Club Leuven, maar ze hangt af van publieke goodwill.
De Vlaamse Overheid subsidieert de werking van de neutrale bezoekruimtes in de CAW’s. Daar valt Het Huis niet onder. Momenteel loopt er op beleidsniveau een overlegtraject rond echtscheiding en contactherstel, waarbij ook Het Huis betrokken is. Het kabinet van Koen Geens (Justitie) laat weten Het Huis genegen te zijn, maar verwijst naar Vlaanderen voor eventuele financiering.
Subsidies zijn erg welkom, zegt Bellinck. De dossiers stromen toe en ook de afdeling in Brugge, onder de hoede van coördinator Christine De Schagt, heeft middelen nodig. ‘We hebben al heel wat kanalen aangeboord’, zegt Bellinck. ‘De bronnen drogen op. Het wordt steeds minder. Hoelang kunnen wij op die manier nog verder gaan?’

*Andy is een gefingeerde naam

 

Bron: De Standaard
Simon Grymonprez
Foto’s Fred Debrock